Brugklas

De brugklas is eveneens een startklasje.

In deze klas komen kinderen terecht die na de derde kleuterklas (nog) niet klaar zijn om het eerste leerjaar in te stappen omwille van onrijpheid of van leermoeilijkheden (concentratie- en werkhoudingsproblemen, ADHD, DCD, ASS, vertraagde spraak- en taalontwikkeling, …)

Er wordt vrij snel gestart met de leerstof van het eerste leerjaar maar op een aanzienlijk trager tempo.  Net als in de speelleerklas wordt de leerstof op een heel speelse manier aangebracht.  Een positief leerklimaat waarbij in een kleine groep, individuele aandacht wordt geschonken aan de eigenheid en de noden van elk kind is een belangrijke troef van de brugklas. Ook het aanleren van een goede werkhouding staat op het programma. Deze klas is dus een zeer waardevol alternatief voor ‘dubbelen derde kleuterklas’ !

 

Bij de start van het schooljaar leren de kinderen in de lessen taal op een speelse en creatieve manier “hakken en plakken” d.w.z. auditieve analyse van woorden in letters (bijvoorbeeld bal => ‘b’, ‘a’, ‘l’) en auditieve synthese van letters naar woorden (bijvoorbeeld ‘b’, ‘a’, ‘l’ => bal).  De lees- en schrijfvoorwaarden worden echt ‘getraind’. Heel geleidelijk aan worden letters aangebracht. De kinderen leren die veel geoefende letters combineren tot woorden en zinnen. Op deze gestructureerde manier komen ze tot lezen en schrijven. Via communicatie met de klaspop komt de belevingswereld van de kinderen naar buiten en wordt er gewerkt aan een goede spreek- en luisterhouding.

 

Tijdens de rekenlessen maken de kinderen kennis met de vergelijkingsmethode.  Groottes, lengtes, gewichten, inhouden en vooral hoeveelheden worden vergeleken en verwoord.  Aan de hand van ondersteunend materiaal worden de getallen tot 10 aangeleerd: tellen, hoeveelheden en getalbeelden herkennen, ordenen, getallen schrijven,… Zodra de kinderen voldoende getalbegrip hebben, komen de eerste bewerkingen (+ en -) aan bod. De automatisatie van de optelling tot 10 behoort tot één van de belangrijkste doelstellingen van het rekenonderwijs in de brugklas.

 

In de namiddag zijn de lessen en activiteiten zowel in brugklas als speelleerklas vrij gelijklopend. Ervaringsgericht werken en ‘leren al doende’ staan hierbij centraal om tot leren te komen. Door het vlottere werk- en leertempo van de kinderen in de brugklas, wordt de inhoud waar mogelijk echter wel meer uitgediept dan in de speelleerklas.

 

Vanuit de ervaring en aansluitend bij de leefwereld van de kinderen gaan wij in de namiddag binnen de verschillende activiteiten en waar mogelijk gekoppeld aan leuke thema’s dus op een speelse en actieve manier aan het werk. Zo is er tijdens de lessen wero (wereldoriëntatie) veel ruimte om op een creatieve manier de wereld rondom zich te leren kennen. Het is van belang dat de kinderen heel veel 'ervaren' en 'beleven' om zo heel wat te leren. Net hetzelfde gebeurt ook binnen de lessen godsdienst, muzische vorming, …

 

Tot slot hechten wij ook heel wat belang aan sociale vaardigheden. Hoe gaan we op een goede manier met elkaar om? Hoe maak ik aan anderen duidelijk hoe ik mij voel? … Dit zijn allemaal zaken die voor heel wat van onze kinderen allesbehalve evident zijn en waar wij ook heel bewust willen aan werken.

Enerzijds door de kinderen wekelijks een momentje sherborne aan te bieden, waarbij we aan de hand van allerlei fijne oefeningen leren om op een rustige, verantwoorde manier met onszelf en met anderen om te gaan. Anderzijds door te werken met een apart lessenpakket rond ‘Samen leren spelen en leven’. De klaspoppen van de brugklas en speelleerklas, Jules en Tsjarlie, spelen hierbij de hoofdrol. Dit spreekt de kinderen heel sterk aan waardoor het geleerde beter bijblijft.

 

Kortom, een ruime waaier aan activiteiten om zo tegemoet te komen aan de totale ontwikkeling van uw kind.

 

 

Tegen het einde van het schooljaar hebben deze kinderen ongeveer de helft van de leerstof eerste leerjaar geleerd. Via de klassenraad wordt dan een advies voor het volgend schooljaar naar de ouders toe geformuleerd.

Voor sommige kinderen kan dit betekenen dat ze na dit ene jaartje buitengewoon onderwijs terug kunnen naar het gewoon onderwijs (eerste leerjaar). Zij maken opnieuw de brug naar het gewoon onderwijs. Ze starten dan met een serieuze voorsprong en worden in het eerste leerjaar nog 2 uren per week door onze school begeleid (GON) (*)

Voor andere kinderen blijft het echter aangewezen om de leerstof stap voor stap en op een lager tempo  te verwerven.  Ook voor hen wordt jaarlijks bekeken als een terugkeer naar het gewoon onderwijs mogelijk is.

 

(*) GON (Geïntegreerd Onderwijs) enkel indien leerling een attest type 8 of type Basisaanbod heeft en indien hij / zij minstens 9 maanden op onze school les heeft gekregen. Kinderen met een gemotiveerd verslag type 9 dienen niet aan die voorwaarde te voldoen.  Zij hebben, per onderwijsniveau (kleuter, lager, secundair, hoger), recht op 2 uren GON-begeleiding per week.